Het in- en uitladen van bagage bij een vliegtuig is een zorgvuldig gecoördineerd proces waarbij snelheid en veiligheid hand in hand gaan. Als platformmedewerker of bagagemedewerker begin je zodra het vliegtuig is geparkeerd en de remblokken zijn geplaatst. De bagageruimtes (cargo holds) bevinden zich onder de passagierscabine en worden geopend door technici.
Bij uitladen van een aangekomen vliegtuig plaats je eerst een belt loader (transportband op wielen) bij de bagageruimte. Je collega in het vliegtuig duwt de koffers naar de opening, waarna jij ze op de belt loader plaatst die automatisch naar beneden rolt. Onderaan de band pak je de koffers aan en zet je ze direct op bagagekarren. Timing is cruciaal: je wilt zo snel mogelijk klaar zijn zodat transferpassagiers hun aansluitende vlucht halen.
Bij inladen werk je het proces andersom. Je controleert eerst de bagagelabels om te zorgen dat je de juiste koffers hebt voor deze specifieke vlucht. Via de belt loader breng je de koffers omhoog naar de bagageruimte. Een collega in de hold stapelt de koffers systematisch, met de zwaarste onderaan en rekening houdend met het zwaartepunt van het vliegtuig.
Tijdens het laden communiceer je via hand signals met collega's en soms met de loadmaster (de persoon die de balans van het vliegtuig berekent). Veiligheid staat voorop: je draagt altijd een hesje, veiligheidsschoenen en gehoorbescherming. Je werkt bij alle weersomstandigheden, van regen tot extreme hitte in de zomer. Een gemiddeld vliegtuig laden of lossen duurt 15-30 minuten, afhankelijk van de grootte.